Openings gedichten van Sjofarleden.

 

Zingen

 

Als dan alle woorden zijn gezegd of doodgezwegen.

Troost en schouderhand niet meer voldoende zijn.

Is er voor mij nog een ding, zeker weten:

ik zing de longen uit mijn lijf.

Ik zing van God en medemens, van liefde en gerechtigheid.

Met zilt en zoete tranen in mijn ogen zing ik in en tegen stroom en tijd.

 

Geen noot te veel, geen melodie te kort, te weinig.

Geen stem in snikken ongehoord:

zingen is geloven en belijden.

Werkt bevrijdend, is oneindig.

 

Cor

 

 

EINDELOOS

 

Op de grote wolkenbogen,

boven mist en sterfelijkheid,

loop ik zingend te geloven,

dat er geen eind komt aan de tijd.

 

Tijd van leven, tijd van zorgen.

Kind ben ik in eeuwigheid.

Elke dag is er weer morgen.

Nooit ben ik de weg meer kwijt.

 

Mocht ik terug op aarde komen,

vol van honger naar het recht.

Wat geeft mensen dan hun waarde.

Wat maakt mensen werkelijk echt?