Als dan alle woorden zijn gezegd of
doodgezwegen.
Troost en schouderhand niet meer
voldoende zijn.
Is er voor mij nog een ding, zeker
weten:
ik zing de longen uit mijn lijf.
Ik zing van God en medemens, van
liefde en gerechtigheid.
Met zilt en zoete tranen in mijn ogen
zing ik in en tegen stroom en tijd.
Geen noot te veel, geen melodie te
kort, te weinig.
Geen stem in snikken ongehoord:
zingen is geloven en belijden.
Werkt bevrijdend, is oneindig.
Cor
EINDELOOS
Op de grote wolkenbogen,
boven mist en sterfelijkheid,
loop ik zingend te geloven,
dat er geen eind komt aan de
tijd.
Tijd van leven, tijd van zorgen.
Kind ben ik in eeuwigheid.
Elke dag is er weer morgen.
Nooit ben ik de weg meer kwijt.
Mocht ik terug op aarde komen,
vol van honger naar het recht.
Wat geeft mensen dan hun waarde.
Wat maakt mensen werkelijk echt?